Tagarchief: pen

orde

meester zei:
“jij gaat naar school
om daar heel veel te leren.
voor als jij later groter bent
moet jij nú flink studeren”.

ik leerde strikken in mijn schoen
ik leerde vlechten in mijn haar
ik leerde knopen in mijn bloes
ik telde al mijn vingers, … maar

toen hij mij vroeg wat ik – als ik volwassen was – wou zijn
riep ik – zo zeker als ik was – : “mees, dán word ik klein!”

“dat zal niet gaan”, riep iedereen
“want álle mensen groeien.
jij kunt jouw zelf niet krimpen, hoor
dus ga jij later bloeien.”

ik werd geen Iris en geen Roos
ik werd geen Madelief
geen Annemoon en geen Jasmijn
ik bleef, geloof ik, lief

zou jij nú vragen wat ik ben
dan pakte ik voor jou mijn pen.
daarmee zou ik dan met jou weten
dat ’t goeds in mij heus klein mag heten.

ik ben dat elfje op je oor
dus, st!, stop vlug jouw staart ervoor.
als jij vertelt dat jij mij ziet
gelooft de wereld dat weer niet.

ik ben dat heksje in je zak
rits dicht! en hou maar je gemak.
ik tover spreuken uit de orde
waarmee ik kleiner ben geworden.

wat jij en ik zo samen doen?
we zíjn al wereldkampioen!
wij kunnen namelijk verzinnen
dat wat maar goed blijft ook zal winnen

boeken vol geschreven vellen
willen jou en mij vertellen
dat waar wie welk beroep ook heeft
’t beste van zichzelf maar geeft

Beatrijs

alle dagen dromen

alle da