wij

doen winterjassen vlotjes aan
om naar ons speelplein toe te gaan
nog voor de wijzer kwarten slaat
wordt over buitenspel gepraat

in de pauze, in de pauze, in de pauze tref ik
jou misschien heb jij mij al gezien of
ga je daarom naar de plee
ik ben er hoor je hoeft ‘r heus niks mee

rits geroetsjt, sjaal geknoopt
en die het eerst de deur uitloopt
heeft onze bal al weggegrist
en zo maar ieders kant beslist

we gaan ervoor, we gaan ervoor
we doen dat met z’n allen hoor
ik droom ons beiden superheld
neem ook ‘n plaats in naast ‘t veld

in de pauze, in de pauze, in de pauze tref ik
jou misschien heb jij mij al gezien of
zit jij daarom op die muur
voor heel dat halve halve uur

we gaan ervoor, we gaan ervoor
we doen dat met z’n allen hoor
in voetballen heb jij geen zin
gooi jij daarom de bal maar in

wie hoort hun tonen, kent hun regels
wie hoort hun regels, kent hun toon
wie kan hun schoppen goed verklanken
wie fluit er met hen mee gewoon

in de pauze, in de pauze, in de pauze tref jij
mij misschien heb ik jou al gezien of
kan hier altijd iemand bij
en misschien zijn wij daarom wij

Beatrijs

mijn tante

orde

meester zei:
“jij gaat naar school
om daar heel veel te leren.
voor als jij later groter bent
moet jij nú flink studeren”.

ik leerde strikken in mijn schoen
ik leerde vlechten in mijn haar
ik leerde knopen in mijn bloes
ik telde al mijn vingers, … maar

toen hij mij vroeg wat ik – als ik volwassen was – wou zijn
riep ik – zo zeker als ik was – : “mees, dán word ik klein!”

“dat zal niet gaan”, riep iedereen
“want álle mensen groeien.
jij kunt jouw zelf niet krimpen, hoor
dus ga jij later bloeien.”

ik werd geen Iris en geen Roos
ik werd geen Madelief
geen Annemoon en geen Jasmijn
ik bleef, geloof ik, lief

zou jij nú vragen wat ik ben
dan pakte ik voor jou mijn pen.
daarmee zou ik dan met jou weten
dat ’t goeds in mij heus klein mag heten.

ik ben dat elfje op je oor
dus, st!, stop vlug jouw staart ervoor.
als jij vertelt dat jij mij ziet
gelooft de wereld dat weer niet.

ik ben dat heksje in je zak
rits dicht! en hou maar je gemak.
ik tover spreuken uit de orde
waarmee ik kleiner ben geworden.

wat jij en ik zo samen doen?
we zíjn al wereldkampioen!
wij kunnen namelijk verzinnen
dat wat maar goed blijft ook zal winnen

boeken vol geschreven vellen
willen jou en mij vertellen
dat waar wie welk beroep ook heeft
’t beste van zichzelf maar geeft

Beatrijs

wedstrijd

wedstrijd

wekker

wekker

griezelgrol

griezelgrol

verboden

verboden

school

school

alle dagen doen

alle-dagen-doen

parelmoer

parelmoer

alle dagen dromen

alle da

de leukste bus

de-leukste-bus

modder bad

modder bad

hoe veel appels

hoe veel appels

mees

mees

juffrouw stopverf

juffrouw stopverf

vijf zwijntjes

vijf zwijntjes

egeltje

egeltje

watersalamander

salamander

duizelend keer gedeeld door duizend

duizelend keer gedeeld door duizend